Wat maakt het bos van Fontainebleau bijzonder
Het bos van Fontainebleau is een bosgebied van ruim 20.000 hectare ten zuidoosten van Parijs, bezaaid met duizenden zandstenen rotsblokken die soms alleen, soms in dichte clusters tussen de dennen en eiken liggen. Die combinatie van reliëf, zand, heide en rotschaos is elders in de regio Île-de-France nergens te vinden en maakt het bos al sinds de negentiende eeuw een bestemming op zich, los van het paleis waar het aan grenst. Wie alleen het paleis bezoekt, ziet in feite maar de helft van wat de plek te bieden heeft.
De rotsblokken zijn gevormd uit fijn zandsteen dat miljoenen jaren geleden als zeebodem is afgezet en later door erosie is blootgelegd en uitgesleten tot ronde, vaak grillige vormen. Het gesteente is grof genoeg om houvast te geven zonder scherp te zijn, en dat eigenschap ligt aan de basis van een sport die wereldwijd navolging heeft gekregen: boulderen, klimmen op korte, lage rotsblokken zonder touw, met alleen een matje onder u voor de val.
Boulderen: waarom klimmers wereldwijd hierheen komen
Fontainebleau geldt als de bakermat van het moderne boulderen. Al vanaf het begin van de twintigste eeuw oefenden Parijse alpinisten hier op de rotsblokken om zich voor te bereiden op grotere bergen, en uit die traditie groeide een eigen klimcultuur met een uniek systeem van gemarkeerde routes. Het bos telt inmiddels meer dan honderd van deze circuits, verspreid over tientallen deelgebieden.
Een circuit is een reeks genummerde rotsblokken die met geverfde pijlen aan elkaar zijn geregen: u volgt de pijlen van blok naar blok, klimt elke opgave op de aangegeven manier en eindigt vaak bij een blok met uitzicht over het bos. Ieder circuit heeft een kleur die de gemiddelde moeilijkheidsgraad aangeeft, van makkelijk naar zwaar ongeveer in de volgorde geel, oranje, blauw, rood, zwart en wit. Een geel of oranje circuit is geschikt om kennis te maken met de sport, een blauw circuit vraagt al behoorlijk wat kracht en techniek, en rood, zwart en wit zijn voorbehouden aan ervaren klimmers. Daarnaast liggen er honderden losse, ongenummerde problemen buiten de circuits, gedocumenteerd in klimgidsen en apps, waar gevorderde boulderaars gericht naar specifieke opgaven zoeken.
De bekendste klim- en wandelgebieden
Het bos is opgedeeld in tientallen genummerde deelgebieden (massifs), elk met een eigen karakter. Een paar keren steeds terug in reisverhalen en klimgidsen.
Bas-Cuvier en Cuvier-Rempart
Het dichtst bij de stad Fontainebleau gelegen klimgebied en daarmee het bekendste startpunt voor wie er geen auto voor hoeft te huren. De rotsblokken liggen dicht opeen en er is een breed scala aan circuits, van laagdrempelig tot zeer zwaar, wat het gebied ook druk maakt in het weekend.
Gorges d'Apremont
Een kloofachtig gedeelte waar het pad tussen twee zandstenen wanden van zo'n acht tot tien meter hoog door slingert, met een zanderige bodem op de bodem van de kloof. De doortocht voelt besloten aan, heel anders dan de open rotschaos elders in het bos, en is zowel bij wandelaars als bij klimmers geliefd.
Rocher Canon
Bekend om zijn opvallende rotsformaties en een aantal natuurlijke uitkijkpunten over de vallei van Apremont. Een gemarkeerde wandelroute (nummer 1 van het historische padennetwerk) voert langs zowel Rocher Canon als de Gorges d'Apremont, wat het tot een van de meest complete korte wandelingen in het bos maakt.
Franchard
Een uitgestrekt gebied met droge heidevegetatie tussen de rotsen, minder besloten dan Apremont maar met enkele van de langere en technisch veelzijdigere circuits van het bos.
Massif des Trois Pignons
Het grootste aaneengesloten klimgebied, ten westen van de stad, met een dichte concentratie aan bekende circuits en de start van de wandeling naar de 25 Bosses.
Wandelen zonder te klimmen
Wie niet klimt, hoeft het bos allerminst over te slaan. Het gebied wordt doorsneden door de sentiers Denecourt-Colinet, blauw gemarkeerde wandelpaden die al vanaf 1842 zijn uitgezet en die de mooiste rotsformaties, uitkijkpunten en open heidevelden met elkaar verbinden. Er zijn zeventien van deze historische routes, variërend van een uur tot een hele dag.
Daarnaast lopen er meerdere lange-afstandspaden (GR) dwars door het bos, herkenbaar aan de rood-witte markering, die u desgewenst kunt combineren met een stuk Denecourt-Colinet-pad voor een kortere lus.
- Circuit des 25 Bosses: een pittige tocht van ongeveer zeventien kilometer door het Massif des Trois Pignons, met tientallen korte klimmen en dalingen over rotsruggen en duinachtige zandheuvels. Reken op een volle dagwandeling.
- Gorges d'Apremont en Rocher Canon: een kortere lus van twee tot drie uur, geschikt voor een halve dag, met de kloof en de uitkijkpunten als hoogtepunt.
- Denecourt-Colinet-paden bij Franchard: rustiger routes over open heide en langs rotsformaties, minder verticaal dan de 25 Bosses en daardoor ook geschikt voor kinderen.
Neem sowieso een kaart of een offline wandelapp mee: het bos is groot, de paden kruisen elkaar voortdurend en mobiele dekking is niet overal aanwezig.
Materiaal en voorbereiding voor klimmers
Boulderen in Fontainebleau vraagt weinig uitrusting vergeleken met klimmen op hoogte, maar een paar zaken zijn wel bepalend voor hoe prettig een dag verloopt.
- Klimschoenen (chaussons): strak zittende schoenen met een grip-zool zijn onmisbaar zodra u boven het beginnersniveau uitkomt; op de gele en oranje circuits volstaan ook stevige wandelschoenen voor de eenvoudigste opgaven.
- Crashpad: een dik valmatje dat u onder de opgave legt. Bij drukke gebieden als Bas-Cuvier kunt u vaak aansluiten bij andere klimmers, maar voor rustiger gebieden neemt u zelf een matje mee of huurt u er een in de stad Fontainebleau.
- Borstel en magnesium: een handborstel om greep vrij te maken van zand en oud magnesium hoort bij de gangbare etiquette, evenals een chalkbag om handen droog te houden.
- Een klimgids of app met de circuits en actuele moeilijkheidsgraden: zonder zo'n overzicht is het lastig in te schatten welk circuit bij uw niveau past, en circuits worden van tijd tot tijd aangepast na rotsval of erosie.
Begin, ook als u elders al ervaring heeft, met een geel of oranje circuit. De gradering in Fontainebleau geldt als technisch en compact: veel klimmers merken dat een blok hier zwaarder aanvoelt dan een vergelijkbaar cijfer in een klimhal.
Beste seizoen en bereikbaarheid
Het bos is het hele jaar toegankelijk, maar het klimseizoen loopt in de praktijk van begin herfst tot in het voorjaar, wanneer de temperatuur koeler is en het zandsteen daardoor beter grip geeft. In de zomer wordt de rots bij warmte glad en gaan sommige klimmers alleen in de vroege ochtend. Zandsteen is bovendien kwetsbaar wanneer het nat is: na regen kunnen grepen afbrokkelen, dus wacht na een bui minstens een dag tot de rots zichtbaar is opgedroogd voordat u een opgave probeert.
De reis vanuit Parijs verloopt met de trein van Gare de Lyon naar station Fontainebleau-Avon, een rit van ongeveer veertig minuten. Vanaf het station is Bas-Cuvier op loop- of fietsafstand (twintig tot dertig minuten lopen), terwijl gebieden als Apremont en Franchard verder weg liggen en meestal per fiets, bus of taxi worden bereikt. Voor wandelaars en klimmers met eigen vervoer liggen er verspreide parkeerplaatsen aan de bosranden, onder meer bij Cuvier, Cabaret-Masson en Belle-Croix, van waaruit paden het bos in lopen. Neem water mee: er zijn in het bos zelf geen winkels of kranen.
Regels en bescherming van het gebied
Het bos van Fontainebleau is een beschermd Natura 2000-gebied en een UNESCO-biosfeerreservaat, met enkele zones die als integrale biologische reservaten volledig zijn afgesloten voor beklimming om broedende vogels en kwetsbare vegetatie te ontzien. Respecteer afsluitingen en bordjes, ook als een rotsblok er aanlokkelijk uitziet.
- Klim niet bij natte rots: vochtig zandsteen breekt makkelijker en beschadigingen zijn onomkeerbaar.
- Gebruik magnesium spaarzaam en veeg overtollig poeder na afloop weg met een borstel, zodat de rots niet blijvend verkleurt.
- Til een crashpad op in plaats van het over de grond te slepen; het mos en de korstmossen op de bosbodem zijn broos en groeien maar langzaam terug.
- Klim niet in het donker: schemering en nacht zijn de actiefste uren voor het bosdier, en verstoring raakt dan het meeste wild.
- Blijf op de gemarkeerde paden waar dat is aangegeven, vooral in gebieden met broedende vogels in het voorjaar.
Wilt u de dag combineren met het paleis zelf, dan vindt u de praktische kant daarvan in het artikel over het Château de Fontainebleau bezoeken. Een aanrader in de buurt is ook het schildersdorpje aan de rand van het bos, waar u meer over leest in Barbizon, het schildersdorp bezoeken.


