Wat maakt Barbizon bijzonder als schildersdorp?
Barbizon is een klein dorp aan de rand van het bos van Fontainebleau, zo'n 60 kilometer ten zuidoosten van Parijs, dat tussen ongeveer 1830 en 1875 uitgroeide tot verzamelplaats van landschapsschilders. Théodore Rousseau, Jean-François Millet, Camille Corot en tijdgenoten trokken er de natuur in om rechtstreeks naar het bos en de omliggende velden te schilderen, in plaats van in een Parijs atelier idealiseerde landschappen te componeren. Achteraf kreeg die losse groep de naam Barbizonschool. Wie er vandaag komt, vindt geen schilderskolonie meer, maar wel de originele straat, twee ateliers-musea en een dorpskern die nauwelijks is aangetast door de eeuw die volgde.
Het onderscheid met het bos zelf is de moeite waard om voor ogen te houden: Barbizon is het dorp waar de schilders woonden, aten en discussieerden, terwijl het bos erachter hun werkterrein was. Voor wandel- en klimroutes in dat bos is een apart artikel de betere ingang; hier gaat het om het dorp, de kunstenaars en hun sporen.
De Barbizonschool: hoe een dorp een schildersbeweging werd
Camille Corot was een van de eersten die het gebied verkende, al vanaf de jaren 1820, op zoek naar rotspartijen en boomgroepen om te bestuderen. Het dorp zelf kreeg pas gewicht toen Théodore Rousseau zich er in 1848 vestigde, gevolgd in 1849 door Jean-François Millet, die met zijn vriend Charles Jacque uit Parijs vluchtte voor een cholera-epidemie. Daarna sloten onder anderen Charles-François Daubigny en Narcisse Diaz de la Peña zich in wisselende periodes aan. Geen van hen noemde zichzelf lid van een school; de term 'école de Barbizon' werd pas rond 1890 door een Britse kunstcriticus bedacht, jaren na Rousseaus en Millets dood.
Wat hen verbond was de manier van werken: buiten schilderen, en plein air, in plaats van in het atelier vanuit schetsen te reconstrueren. Twee praktische ontwikkelingen maakten dat haalbaar. De uitvinding van de tinnen verftube in 1841 maakte olieverf transportabel, en de spoorlijn tussen Parijs en Melun, geopend in 1849, bracht het dorp voor het eerst binnen een paar uur reizen van de hoofdstad. Beide factoren verklaren waarom Barbizon uitgerekend in die decennia een trekpleister werd en niet eerder.
Van vergeten dorp tot voorloper van het impressionisme
De directe, ongepolijste manier van kijken naar licht en landschap die in Barbizon ontstond, wordt door kunsthistorici gezien als een van de wegbereiders van het impressionisme, dat een generatie later opkwam. De Barbizonschilders zelf bleven dichter bij een sobere, aardse kleurtoon dan hun impressionistische opvolgers, maar de keuze om buiten en direct naar de natuur te werken was een breuk die zij als eersten op grote schaal doorzetten.
De ateliers-musea van Barbizon bezoeken
Het dorp heeft twee afzonderlijke musea die samen het beste beeld geven van hoe er destijds werd gewoond en gewerkt: het Musée Départemental des Peintres de Barbizon en de Maison-atelier van Jean-François Millet.
Musée Départemental des Peintres de Barbizon
Dit museum bestaat uit twee gebouwen met één toegangsticket. De Auberge Ganne, op nummer 92 van de Grande Rue, was oorspronkelijk een kruidenierswinkel die vanaf 1834 kamers en maaltijden aanbood aan schilders — destijds de enige logeermogelijkheid in het dorp. De benedenverdieping toont nog de sfeer van die tijd met beschilderd meubilair, en de slaapkamers boven hebben wanden vol tekeningen en schetsen die de gasten er zelf achterlieten. Het tweede gebouw, op nummer 55, is het voormalige atelier van Théodore Rousseau, waar nu tijdelijke tentoonstellingen worden getoond.
- Openingstijden: dagelijks behalve dinsdag, 10.00-12.30 uur en 14.00-17.30 uur (in het hoogseizoen, van april tot eind oktober, tot 18.00 uur)
- Gesloten op 1 januari, 1 mei en 24-25 december
- Tarief: volwassenen circa 8 euro, verminderd tarief circa 5 euro (65-plussers, inwoners van Barbizon)
- Gratis voor jongeren tot 25 jaar en enkele andere categorieën
- Tickets zijn te koop bij de Auberge Ganne; die geven ook toegang tot het atelier van Rousseau verderop in de straat
Maison-atelier van Jean-François Millet
Verderop in de Grande Rue ligt het atelier waar Millet zijn bekendste werken schilderde, waaronder De Angelus en De arenleesters. Het pand is los van het departementale museum en wordt beheerd door een stichting; het bewaart nog veel negentiende-eeuws meubilair en originele werken van tijdgenoten van Millet.
- Openingstijden: 10.00-12.30 uur en 14.00-18.00 uur, op maandag tot 17.30 uur
- Gesloten op dinsdag (april tot oktober) of op dinsdag en woensdag (november tot maart), plus enkele weken sluiting begin januari
- Tarief: circa 5 euro voor volwassenen, circa 4 euro voor kinderen vanaf 12 jaar
Controleer actuele tarieven en openingstijden vooraf, want beide musea passen ze jaarlijks licht aan.
Het dorp zelf: de Grande Rue, herbergen en het eerbetoon in het bos
Barbizon bestaat feitelijk uit één lange hoofdstraat, de Grande Rue, met aan weerszijden negentiende-eeuwse huizen van gele zandsteen. Veel van die huizen waren ooit atelier of woning van een schilder en zijn nu galerie, kunstwinkel of tweede woning; gedenkplaten aan de gevels geven aan wie er woonde en werkte. Zo staat er een plaat bij de plek waar Théodore Rousseau woonde en overleed, vlak bij de ingang van zijn voormalige atelier.
Toen de Auberge Ganne aan het einde van de negentiende eeuw haar rol als enige logeeradres verloor, namen andere adressen het over: de Villa des Artistes en het Hôtel du Bas-Bréau, opgericht in 1867 door hout- en kolenhandelaar Emmanuel Siron. Dat laatste pand bestaat nog altijd als hotel en herinnert aan de periode waarin het dorp van eenvoudige pleisterplaats voor schilders veranderde in een gevestigde bestemming.
Het eerbetoon aan Rousseau en Millet in het bos
Op een rotsblok in het bos, in de omgeving van Bas-Bréau vlak achter het dorp, ligt een bronzen bas-reliëf van beeldhouwer Henri Chapu, in 1884 onthuld dankzij een inzameling onder schildersvrienden van Barbizon. Het portretteert Rousseau en Millet samen, als eerbetoon van de generatie die na hen kwam. Beide schilders liggen begraven op het kerkhof van het nabijgelegen Chailly-en-Bière. Wie na een museumbezoek de rand van het bos in wil, vindt praktische wandelroutes elders; dit dorpsartikel beperkt zich tot de geschiedenis die het monument vertelt.
Barbizon bereiken vanuit Parijs of Fontainebleau
Barbizon heeft geen eigen treinstation. De gebruikelijke route vanuit Parijs gaat met de trein vanaf Gare de Lyon naar station Fontainebleau-Avon, een rit van ongeveer 40 minuten. Vanaf dat station rijdt buslijn 3421 van Île-de-France Mobilités naar Barbizon, met een reistijd van ongeveer 20 tot 25 minuten; de dienstregeling is niet erg frequent, dus controleer vooraf de actuele vertrektijden via de app of website van Île-de-France Mobilités.
Sluit de bus niet aan op uw schema, dan is een taxi vanaf het station een praktisch alternatief: de afstand is ongeveer 10 kilometer en de rit duurt een kwartier. Met de auto vanuit Parijs rekent u op ruim een uur, afhankelijk van het verkeer rond Fontainebleau.
Veel bezoekers combineren Barbizon met het kasteel van Fontainebleau, dat op zo'n 10 kilometer afstand ligt, of verlengen het bezoek met een tocht langs de rand van het bos zelf; routes en praktische tips daarvoor staan in dit artikel over wandelen en klimmen in het bos van Fontainebleau. Reken voor de musea van Barbizon zelf op twee tot drie uur, inclusief een wandeling door de Grande Rue.


