Parijs

De Paris Museum Pass in 2026: wanneer loont de museumkaart?

Foto: Benh LIEU SONG · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Wat dekt de Paris Museum Pass?

De Paris Museum Pass geeft toegang tot meer dan vijftig musea en monumenten in Parijs en de bredere regio, zonder dat u telkens apart hoeft af te rekenen. Daaronder vallen grote namen als het Louvre, het Musée d'Orsay, het Centre Pompidou, de Sainte-Chapelle, de Conciergerie, de Arc de Triomphe, het Panthéon en het Musée Rodin, maar ook het kasteel van Versailles met het landgoed van Trianon en het kasteel van Fontainebleau, iets verder buiten de stad.

De pas dekt de vaste collecties van deze instellingen. Tijdelijke tentoonstellingen zijn bij een deel van de musea wel, en bij een ander deel niet inbegrepen; dat verschilt per instelling en per tentoonstelling, dus controleer dit bij twijfel op de plek zelf of vooraf online. Voor Versailles geldt bovendien dat u met de pas alsnog een tijdslot moet reserveren om het paleis binnen te komen; meer daarover leest u in het kasteel van Versailles bezoeken.

Wat kost de pas in 2026?

In 2026 kost de Paris Museum Pass 85 euro voor twee opeenvolgende dagen, 105 euro voor vier dagen en 125 euro voor zes dagen. Met "dagen" wordt hier niet de kalenderdag bedoeld, maar een aaneengesloten periode die begint zodra u de pas voor het eerst laat scannen bij een museum. Activeert u een pas van twee dagen op maandagmiddag om 14.00 uur, dan loopt de geldigheid tot woensdag 14.00 uur, ongeacht hoe laat op de eerste dag u begon.

De pas is te koop via de officiële website van het Paris Museum Pass, bij een aantal deelnemende musea zelf en bij toeristeninformatiepunten in de stad. Koop de pas bij voorkeur online vooraf, zodat u meteen op uw eerste bezoekdag kunt beginnen zonder in de rij te staan voor de aankoop zelf.

Wat de pas niet (meer) dekt

Een veelgemaakte misvatting is dat de Museum Pass ook de Eiffeltoren dekt. Dat is niet zo: voor de Eiffeltoren koopt u altijd een apart kaartje, ongeacht welke pas u heeft. Ook attracties als Disneyland Parijs of boottochten op de Seine vallen buiten de dekking.

Daarnaast is de pas minder een garantie voor voorrang bij de ingang dan vaak wordt gedacht. Bij het Louvre bijvoorbeeld moet u, ook met de pas, nog altijd een tijdslot reserveren en op dat tijdstip in de rij aansluiten samen met andere bezoekers; de pas bespaart u daar vooral het los afrekenen, niet het wachten. Bij een deel van de kleinere musea en monumenten heeft u wel een aparte, kortere ingang voor pashouders. Reken er per bezoek op dat u vooraf checkt of een tijdslot nodig is, vooral bij de grotere musea in het hoogseizoen.

Wanneer loont de pas voor u?

Of de pas voordeliger is dan losse kaartjes, hangt af van hoeveel grote, betaalde attracties u in de geldigheidsperiode wilt bezoeken. Een los kaartje voor het Louvre kost ongeveer 22 euro, voor het Musée d'Orsay ongeveer 16 euro, en het Passport-ticket voor Versailles alleen al 25 tot 35 euro, afhankelijk van het seizoen. Bezoekt u binnen twee dagen bijvoorbeeld het Louvre, Orsay en de Sainte-Chapelle, dan zit u met losse kaartjes al snel rond de 45 tot 50 euro; voegt u daar een derde of vierde grote attractie aan toe, dan begint de pas van 85 euro zich terug te verdienen.

Voor een kort verblijf van één dag met slechts één of twee musea is een los kaartje meestal goedkoper. De pas loont vooral voor bezoekers die meerdere dagen achter elkaar musea willen combineren met een dagtrip naar Versailles of Fontainebleau, of voor wie sowieso van plan is minstens drie tot vier betaalde attracties te bezoeken binnen de gekozen periode.

Houd er ook rekening mee dat kinderen onder de achttien bij vrijwel alle deelnemende musea sowieso gratis naar binnen mogen, met of zonder pas. Voor gezinnen met jonge kinderen is de pas dus vaak alleen nodig voor de volwassenen, wat de terugverdientijd verandert.

Een voorbeeld over vier dagen

Stel: u bent vier dagen in de stad en wilt het Louvre, het Musée d'Orsay, de Sainte-Chapelle en een dag Versailles combineren met een middag Panthéon. Los gekocht komt u dan uit op ongeveer 22 euro (Louvre), 16 euro (Orsay), 13 euro (Sainte-Chapelle), 25 tot 35 euro (Versailles Passport) en 11,50 euro (Panthéon), samen tussen de 87 en 97 euro. De vierdaagse pas van 105 euro is in dat geval niet per se goedkoper in euro's, maar bespaart u wel het apart afrekenen en plannen bij elke kassa, en geeft ruimte om spontaan nog een zesde of zevende instelling te bezoeken zonder opnieuw te betalen.

Voegt u aan hetzelfde voorbeeld nog het Centre Pompidou en het Musée Rodin toe, twee instellingen die u toch al passeert tijdens een stedentrip van vier dagen, dan loopt het totaal van losse kaartjes op tot ruim 120 euro en is de pas overduidelijk voordeliger. Reken dus niet alleen de "grote drie" (Louvre, Orsay, Versailles), maar ook de kleinere, goedkopere musea mee die u toch van plan bent te bezoeken.

Praktisch: kopen en combineren

Lees ook
De tuingevel van het paleis van Versailles met een fontein en bronzen beeld
Versailles

Het kasteel van Versailles bezoeken

De glazen voorgevel van station Versailles Château Rive Gauche
Versailles

Van Parijs naar Versailles met de trein

De Sacré-Cœur basiliek op Montmartre met bezoekers op het grasveld ervoor
Parijs

Gratis bezienswaardigheden in Parijs