Regio en geschiedenis

De geschiedenis van Île-de-France: van koninklijk domein tot regio

Foto: DXR · CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Een klein domein rond Parijs als machtsbasis

De politieke geschiedenis van Île-de-France begint niet met een regio, maar met een handvol steden waarover een koning daadwerkelijk gezag had. Toen Hugues Capet op 3 juli 987 in Noyon tot koning van Frankrijk werd gezalfd, was zijn feitelijke macht beperkt tot het gebied rond Parijs en Orléans. Grote leenmannen zoals de hertogen van Normandië of de graven van Blois beschikten over meer land en vaak over meer soldaten dan de koning zelf. Hugues Capet was in de praktijk eerder de eerste onder gelijken dan een absolute vorst, en zijn koningschap dankte hij evenzeer aan de steun van de geestelijkheid als aan zijn eigen grondbezit.

Vóór de Capetingers had het gebied al een lange voorgeschiedenis als machtscentrum. De Merovingische koning Clovis maakte van Parijs rond 508 de zetel van zijn rijk, dat zich toen van de Rijn tot de Pyreneeën uitstrekte. Na zijn dood viel dat rijk uiteen tussen zijn zonen, en pas met de Capetingers kreeg het kerngebied rond Parijs weer een blijvende dynastieke basis. Hugues Capet zorgde daar meteen voor: op kerstdag van datzelfde jaar 987 liet hij zijn zoon Robert al tot mede-koning kronen in de kathedraal van Orléans, zodat de troon binnen de familie zou blijven. Die zet bleek beslissend. De Capetingers en hun rechtstreekse opvolgers regeerden vanuit dit kleine kerngebied uiteindelijk acht eeuwen lang over Frankrijk.

De Capetingers breiden hun domein uit (12e-13e eeuw)

Onder de opvolgers van Hugues Capet groeide het koninklijk domein geleidelijk, vooral via huwelijken, erfenissen en oorlogen tegen de eigen leenmannen. Die uitbreiding verliep met vallen en opstaan, maar de richting was duidelijk: van een smalle strook rond Parijs en Orléans naar een steeds groter grondgebied waarover de koning ook echt gezag uitoefende.

Filips August en de eerste versterkte Louvre

Filips II August, koning van 1180 tot 1223, breidde het domein fors uit, vooral ten koste van de Plantagenets, die als koningen van Engeland ook Normandië, Anjou en delen van Aquitanië bezaten. Uit angst voor een aanval tijdens zijn afwezigheid op kruistocht liet hij tussen 1190 en 1202 een omwalling om Parijs bouwen: een gordel van zo'n 273 hectare, ongeveer drie meter dik en negen meter hoog, met 77 ronde torens. Aan de westkant, tegenover de gevreesde aanvalsrichting vanuit het door de Engelsen gecontroleerde Normandië, verrees in dezelfde jaren een stenen vesting die de kern vormde van het latere Louvre. Die eerste Louvre was op dat moment een zuiver militair bolwerk zonder enige woonfunctie. In 1214 versloeg Filips August bij Bouvines een coalitie van de Engelse koning, de Duitse keizer en de graaf van Vlaanderen, een overwinning die het gezag van de Franse kroon definitief vestigde.

Lodewijk IX en het Château de Vincennes

Lodewijk IX, bekend als Saint Louis en koning van 1226 tot 1270, koos het bos van Vincennes ten oosten van Parijs als geliefde verblijfplaats. Volgens de overlevering sprak hij er onder een eik recht over zijn onderdanen; historisch staat in elk geval vast dat hij er zijn koninklijke raad bijeenriep en dat zijn vrouw, Marguerite van Provence, er met hun kinderen verbleef wanneer hij zelf afwezig was. Voordat hij in 1270 op kruistocht vertrok, een reis waarvan hij niet zou terugkeren, nam hij in Vincennes afscheid van zijn familie. Het eenvoudige verblijf van die tijd zou pas anderhalve eeuw later, onder Karel V, uitgroeien tot de indrukwekkende versterkte donjon die er vandaag nog staat.

Enkele generaties later, in 1284, breidde het domein zich verder uit door een huwelijk: Filips de Schone trouwde met Jeanne van Navarra, erfgename van het graafschap Champagne, waardoor dat hele gebied met steden als Provins aan de koninklijke kroon werd verbonden. Provins, ooit een van de rijke jaarmarktsteden van Champagne, is met zijn ommuurde binnenstad en ondergrondse gangen nog altijd goed te bezoeken; een uitgebreide beschrijving vindt u in Provins, de middeleeuwse stad.

De belangrijkste stappen uit deze twee eeuwen op een rij:

De Honderdjarige Oorlog: een regio in de frontlinie (14e-15e eeuw)

De Honderdjarige Oorlog tussen Frankrijk en Engeland, die van 1337 tot 1453 duurde, trof Île-de-France rechtstreeks, want Parijs en de omliggende gebieden lagen midden in het strijdtoneel. Na de zware Franse nederlaag bij Azincourt in 1415 dwong het Verdrag van Troyes in 1420 de Franse kroon tot een pijnlijke concessie: koning Karel VI erkende de Engelse koning Hendrik V als zijn erfgenaam, ten koste van zijn eigen zoon, de dauphin. Parijs kwam daarmee onder Bourgondisch-Engels bewind te staan.

De toekomstige Karel VII kon de stad in die jaren niet in bezit nemen en regeerde vanuit steden verder van Parijs, zoals Bourges, wat hem de spottende bijnaam 'koning van Bourges' opleverde. Pas na de omslag die door Jeanne d'Arc in gang werd gezet en na de herovering van Parijs in 1436 werd de stad weer het onbetwiste regeringscentrum van de Franse kroon. De oorlog liet in de hele regio sporen na: versterkte kastelen kregen een nieuwe militaire relevantie, dorpen langs de invalswegen naar Parijs werden herhaaldelijk geplunderd, en de bevolking van de streek kromp fors door de combinatie van gevechten, plunderingen en pestepidemieën.

Renaissance: de koning reist, de macht blijft in de regio

In de zestiende eeuw verbleven de Franse koningen geregeld buiten Île-de-France, vooral in de kastelen langs de Loire zoals Amboise, Blois en Chambord. Toch bleef de bredere regio rond Parijs het politieke zwaartepunt van het koninkrijk. Frans I, koning van 1515 tot 1547, liet vanaf 1528 het jachtslot van Fontainebleau, midden in het gelijknamige bos ten zuidoosten van Parijs, ombouwen tot een Renaissance-residentie waar Italiaanse kunstenaars als Rosso Fiorentino en Primaticcio de scepter zwaaiden over de decoratie. Fontainebleau werd zo een tweede machtscentrum naast Parijs zelf, en het kasteel is tegenwoordig gewoon te bezoeken; meer daarover leest u in het Château de Fontainebleau bezoeken.

Aan het einde van de eeuw, na decennia van godsdienstoorlogen, herstelde Hendrik IV het gezag over Parijs en investeerde hij zichtbaar in de hoofdstad. Tussen 1600 en 1607 liet hij de Pont Neuf voltooien, de eerste Parijse brug zonder huizen erop en met voetpaden voor voetgangers. Tussen 1605 en 1612 verrees op zijn initiatief de Place Royale, de huidige Place des Vosges, bedoeld als nieuw stadsplein en vestigingsplaats voor een zijde-industrie die de concurrentie met Lyon en Milaan moest aangaan. Met deze projecten herbevestigde de kroon Parijs, en daarmee de regio eromheen, als onmiskenbaar bestuurlijk zwaartepunt.

Lodewijk XIV verplaatst het hof naar Versailles

Op 6 mei 1682 maakte Lodewijk XIV Versailles definitief tot vaste zetel van hof en regering, hoewel de bouwwerkzaamheden op dat moment nog niet waren afgerond. Voor Île-de-France als geheel betekende dat een verschuiving van het feitelijke machtscentrum, van het dichtbevolkte Parijs naar een nieuw aangelegd domein een paar uur rijden verderop. Rond het paleis ontstonden nieuwe wegen, watervoorzieningen en een eigen stad om het hof en de talloze bedienden te huisvesten; omliggende dorpen groeiden mee om in de vraag naar goederen en diensten van het hof te voorzien. Parijs bleef officieel de hoofdstad, maar het praktische bestuur van Frankrijk verhuisde voor ruim honderd jaar naar deze nieuwe plek in de regio. Een compleet overzicht van een bezoek aan het paleis zelf vindt u in het kasteel van Versailles bezoeken.

Van hof naar Revolutie (18e eeuw)

Onder Lodewijk XV en Lodewijk XVI bleef Versailles het bestuurlijke hart van Frankrijk, terwijl de financiële en politieke spanningen in het land geleidelijk opliepen. Die spanningen braken open met de Franse Revolutie: op 5 en 6 oktober 1789 trok een menigte Parijzenaars, voor een groot deel vrouwen, naar Versailles om brood te eisen en de koninklijke familie te dwingen naar Parijs terug te keren. Diezelfde avond nog betrok het koningshuis het verwaarloosde paleis van de Tuileries in Parijs. Daarmee eindigde na iets meer dan een eeuw de periode waarin Versailles het onbetwiste machtscentrum van de regio en het land was.

De Revolutie trof ook de andere koninklijke bezittingen in Île-de-France. Bij decreet van 2 november 1789 werden de domeinen van de kroon tot 'nationaal bezit' verklaard, en met de wet van 9 juli 1790 begon de verkoop ervan om de torenhoge staatsschuld te delgen. Kastelen, jachtdomeinen en kerkelijk bezit in de hele regio wisselden zo van eigenaar of raakten enige tijd in verval, voordat een deel ervan in de negentiende eeuw een nieuwe, meestal museale bestemming kreeg.

19e eeuw: keizerrijken, republieken en de verbouwing van Parijs

Na de Revolutie volgden elkaar in snel tempo verschillende bestuursvormen op: het Consulaat en Keizerrijk van Napoleon, de teruggekeerde monarchie van de Restauratie, de Julimonarchie, de Tweede Republiek en het Tweede Keizerrijk van Napoleon III. Elke omwenteling liet sporen na in de regio, van nieuwe overheidsgebouwen tot verwaarloosde of juist heringerichte koninklijke domeinen.

De ingrijpendste verandering voor de regio kwam onder Napoleon III, die tussen 1853 en 1870 zijn prefect Georges-Eugène Haussmann de opdracht gaf Parijs grondig te herstructureren. Er verdwenen tienduizenden oude gebouwen voor brede boulevards, nieuwe pleinen, parken en een modern rioolstelsel, en de gemeentegrenzen van Parijs werden in 1860 fors uitgebreid door de annexatie van omliggende dorpen. Die verstedelijking reikte ook ver buiten de nieuwe stadsgrenzen: het groeiende spoorwegnet verbond Parijs met plaatsen als Versailles, Fontainebleau en Saint-Germain-en-Laye, die van afgelegen koninklijke domeinen veranderden in bereikbare uitstapjes voor de Parijse burgerij.

20e eeuw: van agglomeratie tot bestuurlijke regio

In de twintigste eeuw bleef de bevolking van de Parijse agglomeratie sterk groeien, en verspreidde de verstedelijking zich steeds verder over het omliggende gebied. Om die groei bestuurlijk te kunnen coördineren, richtte de Franse staat op 2 augustus 1961 het 'district de la région parisienne' op, een instelling die grote infrastructuur- en ruimtelijkeordeningsprojecten voor het hele gebied moest plannen en mede financieren. Op 6 mei 1976 kreeg dit district, als onderdeel van een bredere regionalisering van Frankrijk, een eigen regionale raad en werd het omgevormd tot de volwaardige bestuurlijke regio Île-de-France. Daarmee kwam, na bijna een millennium waarin het gebied vooral werd gevormd door de opeenvolgende koningen en hun hof, voor het eerst een gekozen regionaal bestuur tot stand voor het hele grondgebied.

Deze geschiedenis vandaag nog zien

Van deze lange geschiedenis is in de regio nog veel tastbaar. Het Château de Vincennes, waar Lodewijk IX zijn raad hield, is nog steeds te bezoeken: de donjon van Karel V, de Sainte-Chapelle en de vestingwerken zijn dagelijks open, meestal van 10.00 tot 18.00 uur in de zomer en tot 17.00 uur in de winter, met een toegangsprijs van ongeveer 13 euro. Provins, dat via het huwelijk van 1284 bij het koninklijk domein kwam, en Fontainebleau, waar Frans I zijn Renaissance-hof hield, zijn eveneens gewoon te bezoeken. Voor wie deze plekken wil combineren met een dagje uit vanuit Parijs, biedt de mooiste dagtrips vanuit Parijs een overzicht van de opties in de regio. En wie zich na dit chronologische overzicht afvraagt waar de naam Île-de-France zelf precies vandaan komt, vindt het antwoord in waar komt de naam Île-de-France vandaan.

Veelgestelde vragen

Sinds wanneer is Parijs het politieke centrum van Frankrijk?
Al vanaf ongeveer 508 onder de Merovingische koning Clovis was Parijs zetel van de koninklijke macht. Met de kroning van Hugues Capet in 987 werd het gebied rond Parijs de vaste machtsbasis van een dynastie die daar acht eeuwen zou regeren.
Wanneer verhuisde het hof naar Versailles?
Op 6 mei 1682 maakte Lodewijk XIV Versailles definitief tot zetel van hof en regering. Die situatie bleef bestaan tot de koninklijke familie in oktober 1789, na de Vrouwenmars op Versailles, gedwongen naar Parijs terugkeerde.
Wanneer werd Île-de-France een officiële bestuurlijke regio?
Op 6 mei 1976 werd het bestaande 'district de la région parisienne' uit 1961 omgevormd tot de volwaardige regio Île-de-France, met een eigen regionale raad.
Is het Château de Vincennes nog te bezoeken?
Ja. De donjon van Karel V, de Sainte-Chapelle en de vestingwerken zijn dagelijks open voor bezoekers, met een toegangsprijs van ongeveer 13 euro per volwassene.
Lees ook
Reliëfkaart van de regio Île-de-France met de rivieren rond Parijs
Regio en geschiedenis

Waar komt de naam Île-de-France vandaan?

De tuingevel van het paleis van Versailles met een fontein en bronzen beeld
Versailles

Het kasteel van Versailles bezoeken: kaartjes en tips

De Tour César van Provins met haar achthoekige bekroning en vier hoektorentjes, gezien vanaf de wijngaard onder de stadswallen
Regio en geschiedenis

Provins, de middeleeuwse stad bezoeken